|
PROTESTANTSE KERK |
||
![]() |
Bamboe-orgel,
1995
Bouwer Prajawidya, Jakarta (Indonesië)
Het bamboe-orgel van de protestantse kerk wordt in
1995 vervaardigd door het bedrijf Prajawidya Instrumentalia uit Jakarta
(Indonesië). Huisorgels van dit type komen in Zuid-Azië wel meer voor, maar
het Roeselaarse instrument is het derde in de wereld dat een zekere omvang
heeft, na die van Las Pinas (Filippijnen) en Porto Alegro (Brazilië).
Het instrument is volledig handgemaakt. Onder leiding van Henk Vonk werken de
drie makers er anderhalf jaar aan. Ze moeten in hun atelier een put van een
meter graven om het te kunnen monteren. Het orgel wordt eerst opgesteld en
ingespeeld aan de theologische faculteit van de universiteit van Jakarta. Daarna
wordt het in containers via Rotterdam naar Roeselare verscheept. Op 3 december
1995 verzorgt de Indonesische organiste Christina Mandang de inspeling in
Roeselare. De klank verschilt amper van gewone orgels: het bamboe-orgel klinkt
voor een geoefend oor iets warmer. Het Belgische klimaat stelt een speciaal
probleem wat de temperatuur en de vochtigheid betreft. Het orgel van de
protestantse kerk telt drie manualen en een pedaal. Het middelste manuaal heeft
geen eigen pijpen: het is een koppelklavier, waarop zowel de registers van het
bovenwerk als die van het onderwerk kunnen bespeeld worden. De tien registers
tellen samen 508 pijpen. 438 daarvan zijn gemaakt van bamboestokken; de rest -
de grootste gedekte pijpen - van hout.
| Bovenwerk 1.Quintadena 8 2.Roerfluit 4 3.Piccolo 2 |
Onderwerk 4.Prestant 8 5.Prestant 4 6.Prestant 2 7.Holpijp 8 8.Quint 2 2/3 |
Pedaal 9.Bourdon 16 10.Prestant 8 |